vrijdag 23 maart 2012

De tijd zal het leren

Voor de verandering schrijf ik deze keer niet mijn blog vanuit de trein, maar in mijn kamer. Tijd is schaars, maar gelukkig had ik tijd om mijn blog thuis te typen. Afgelopen week hadden wij college over het feit dat de tijd in onze samenleving aan het verdwijnen is. Niet de fysieke tijd, maar de werktijd van 9 tot 5. Volgens Manuel Castells heeft de globalisering er aan bijgedragen dat er heel veel informatie wordt uitgewisseld en dat tijd eigenlijk niet meer belangrijk is. Castells bespreekt in zijn eerste boek de informaticarevolutie en de netwerksamenleving die hieruit groeit. Door de hoeveelheid netwerken is het makkelijker om de informatie met elkaar te delen waar ook ter wereld. Hierdoor is tijd geen factor meer in de globalisatie en de economische markt (Debroux, 2001).

Wat wij normaal vinden in ons mechanistisch leven is de afbakende tijd. Je stuurt een brief op de post en de volgende dag komt het aan. Door de opkomst van het internet is dit weggevallen. We sturen nu een e-mail naar de ander, zodat de ander meteen op de hoogte is; oftewel de netwerksamenleving. De tijd is verstreken. We hebben de tijd hierdoor tijdloos gemaakt. Het idee dat de tijd is weggevallen heeft naar mijn idee zowel een positieve als een negatieve kant.

De opheffing van tijd heeft volgens Castells grote gevolgen voor de financiële wereld die wordt beheerst door elektronische technieken. Dit vormt volgens hem de basis voor een economische crisis, omdat hierdoor foute informatie wel kan worden vrijgegeven. Burgers reageren hierop door te gaan investeren. Uiteindelijk zijn zij het die voor de crisis moeten betalen. Castells zegt dat de bankiers in deze ontwikkeling bewust een rol spelen.

Wat ik een verontrustend idee vind is dat bankiers zich bewust zijn van hun invloed op de economie door de technische vooruitgang in de wereld. Dit doet mij denken aan een reportage dat ik had gezien bij Tegenlicht. Deze reportage gaat terug naar de mensen tijdens de crisis om een hedendaags handboek te maken voor de Europeanen: Hoe overleef ik een economische crisis en wat wij ervan kunnen leren?


Deze beelden van Argentinië geven een aardige indruk over hoe een failliet land eruit ziet
(Youtube, 2008)

Dit brengt mij terug dat de netwerksamenleving twee kanten heeft. Aan de ene kant is het fijn dat er overal ten allen tijden informatie beschikbaar is, zodat men van te voren al weet dat er een economische crisis kan aankomen. Men kan dan zijn geld van de bank afhalen in de hoop dat ze hier tijdens de crisis mee rond kunnen komen. Aan de andere kant, als Castells gelijk heeft wat betreft de bankiers, kunnen zij een vuile rol gaan spelen nét voor de crisis. Door nieuws te geven dat het wel goed gaat, kan men investeren, waardoor ze later hun geld kwijtraken.
Zoals je ziet geeft dit verhaal over social media mij een dubbel gevoel. Het heeft zo zijn voordelen als nadelen. Als advies kan ik de wereld ook alleen maar geven dat je nog steeds altijd goed moet uitkijken met social media. Check je bronnen goed voordat je actie onderneemt, vooral als je de financiële wereld op deze manier wilt verkennen.

Literatuur:
Jul Debrouw, 'Het globaal casino. De netwerksamenleving van Manuel Castells',
verschenen in TGL 56 (2000) 1, p. 9-22 = themanummer 'Wacht eens even. Tijd vraag tijd'







maandag 12 maart 2012

Is dit privé?


Ditmaal schrijf ik mijn blog weer vanuit de trein. Deze keer niet naar Groningen maar naar Utrecht. Naast mij zit een vrouw die uitgebreid haar gebeurtenissen van afgelopen week zit te bespreken aan de telefoon. Op een gegeven moment weet ik dat haar vriend niet haar type is en dat ze eraan zit te denken om hem te dumpen. Persoonlijk vind ik dit soort gesprekken te ver gaan. Als iemand mij belt in de trein, kap ik het altijd zo snel mogelijk af, omdat ik weet dat iedereen mee kan luisteren, want ik ben erg op mijn privacy gesteld. Daarom kijk ik op het gebied van social media ook goed uit.

Afgelopen week moesten wij voor het college van Mediawijsheid een voor jou onbekend persoon uit de klas opzoeken op social media. Leuke opdracht vond ik, dus ging ik met plezier aan de slag. Verbazingwekkend wat je allemaal te weten komt. Je kunt er zelfs achter komen wie familie van elkaar is. Als je dit eenmaal weet, kun je zo een adres met telefoonnummer achterhalen via de Telefoongids.nl. Zo zie je maar dat social media de privacy van mensen schaadt.

Nu rest mij de vraag wat privacy nou eigenlijk is. Privacy heeft te maken met ons gedrag tegenover anderen. Het is de mogelijkheid om helemaal jezelf te zijn. Vroeger was privacy binnenshuis te vinden, privé telefoongesprekken vonden thuis plaats. Tegenwoordig verlegt social media deze grens en brengt privacy in gevaar. Privacy houdt niet op. Dankzij sociale media kun je als individu niet meer je privé ruimte bepalen. De sociale omgeving kan zowel privé als publiekelijk zijn, dat wordt toch gauw vergeten binnen onze maatschappij. De basis van privacy, de scheiding tussen privé en publiek, vervalt.

Ook is anonimiteit op het Internet een groot probleem. Mensen denken steeds minder na voordat ze iets vastleggen. Dit probleem leeft vooral onder jongeren, de doelgroep waar ik tot toe behoor. Volgens Buzink (2011) hoort sociale media bij het sociale leven van jongeren. Ze zijn zich ervan bewust dat sociale media niet altijd handig is, maar ze willen niet buiten de boot vallen.

Er heerst echter nog een groter probleem dan anonimiteit: Commerciële bedrijven maken gebruik van gegevens van burgers als jij en ik. Zij stellen aan de hand van de informatie over klanten profielen op die kunnen inspelen op het consumentengedrag van de burger. Om die profielen te maken, hebben deze bedrijven grote hoeveelheden gegevens nodig. Of die gegevens anoniem zijn of niet, is onbelangrijk (Buzink, 2011). Niet alleen bedrijven controleren je gegevens, ook de overheid doet dit. De controle van burgers staat voorop. Deze controle zorgt voor het verlies van het gevoel van vrijheid. Het is daarom moeilijk om je privacy te beschermen tegenover de overheid en bedrijven.

Wees daarom kritisch als jij jezelf bloot legt op het Internet. Jij bent degene die ervoor zorgt wat erop staat en wat niet. Dit brengt mij ook terug naar het begin van de cursus van Mediawijsheid. Er ontstond een vorm van ‘resistance’, omdat ik bang was dat mijn privacy in gevaar zou worden gebracht. Echter bleek dit best mee te vallen. Degene die mij moest opzoeken, kwam best veel informatie over mij tegen. Deze informatie stond al voor de cursus op het Internet, omdat ik had meegewerkt aan verschillende projecten waar ik een profiel voor moest vastleggen. Datgene wat er opstond, was voor mij niet verrassend en brengt naar mijn idee mijn privacy niet in gevaar.

Ik ben me er daarom zeker van bewust wat ik wel en niet wil vastleggen. Rare foto's, gekke berichten en een telefoonnummer zul je niet van mij kunnen vinden. Nu ik weet dat we in de gaten worden gehouden door zowel bedrijven als de overheid, zal ik goed uitkijken. Mijn leven op het sociale netwerk zal zich zeker uitbreiden, maar wel beperkt.

Als je nog meer wilt weten over jouw privacy op het Internet, bekijk dan het volgende filmpje en wordt bewust van jouw 'social media gedrag':




























maandag 5 maart 2012

Niet geschoten is altijd mis



Al vanaf mijn jeugd wist ik dat ik dingen pas begrijp als ik ze zelf uitvoer. Dit had ik vooral door bij de hockeytraining. Als de trainer een oefening uitlegde, moest ik het eerst zien en dan doen. Ik snapte de oefening pas, als ik het zelf had geprobeerd. Eerst horen, dan doen en begrijpen. Dat was altijd mijn uitgangspunt bij de hockeytraining.
Afgelopen week kwam ik erachter dat er een term is voor deze manier van leren, een doener. Ter voorbereiding van het college voor Mediawijsheid, moesten wij vier leerstijlen van Kolb bestuderen en jezelf indelen bij een van deze vier leerstijlen. Vervolgens moesten wij een nieuw concept bedenken voor het eerste college van Mediawijsheid.


In het model van Kolb staan vier verschillende leerstijlen die mensen toepassen als ze iets willen leren. Ieder mens heeft één van deze vier leerstijlen die in verband staan met elkaar.

Een doener, het woord zegt het al, iemand die een doener is, weet van aanpakken. Een doener doet een directe ervaring op. Een doener kan goed problemen oplossen, leidinggeven en zich verdiepen in korte activiteiten.
Als doener weet ik dat je van een ervaring kan leren. Mijn motto is al jaren ’niet geschoten is altijd mis’. Een ervaring heb je alleen door het te doen.
Een tweede kenmerk waarin ik mijzelf herken is dat de doener van uitdaging houdt. Zodra de werkzaamheden hetzelfde worden, raak ik snel verveeld. Ook kan ik goed ideeën delen zonder enige vorm van structuur of realiseerbaarheid. Ik kan mijn ideeën goed overbrengen aan mensen, zonder dat dit staat vastgelegd op papier.


Het eerste college van het vak Mediawijsheid voldeed niet aan mijn voorkeur als doener. Het college was typisch een voorbeeld van web 1.0. Zenden, zenden zenden en geen interactie. Op mijn vorige opleiding heb ik geleerd dat het bij communicatie belangrijk is dat er sprake is van interactie. Bauer (1964, p. 319) beschrijft  dit in zijn ‘scientific model’. Hier is sprake van een transactie waarbij beide partijen iets aan elkaar hebben. In het geval van het college was er meer sprake van het ‘social model’ van Bauer. Hier wordt gedacht aan ‘one way influence’. De zender communiceert naar het publiek in de hoop dat deze de communicatie ontvangt. Meneer van Driel communiceerde de informatie naar ons in de hoop dat wij dit ontvingen

Wat er gecommuniceerd werd, veroorzaakte bij mij alleen maar verwarring. Als doener is het belangrijk dat je dingen ervaart, voor je ze begrijpt. Nu kregen we informatie over verschillende mediavormen, zonder er ooit gehoord van te hebben. Voor mij als ontvanger ontstond er een soort ruis, waardoor ik de informatie niet goed opnam. Als suggestie zou er een duidelijke introductie van het vak mediawijsheid moet worden gegeven waarbij de deelopdrachten en opdrachten worden toegelicht. Dit zou in een computerlokaal gegeven kunnen worden, zodat meneer van Driel de mediavormen aan de studenten kan voorstellen. Zo heeft de student een beeld bij de verschillende mediavormen en wordt de opdracht duidelijker. Ook zou meneer van Driel de term mediawijsheid toe kunnen lichten, zodat men weet wat de bedoeling is van het vak.

Een tweede suggestie is dat het tweede deel van het college praktisch wordt ingericht. In groepjes van vier zou men aan de slag kunnen gaan om één mediavorm te ontdekken. In een half uur tijd heeft de groep het mediakanaal bekeken en geanalyseerd. Vervolgens kunnen de groepjes in twee minuten aan elkaar vertellen waar de mediavorm voor staat. Zo raken de studenten op een praktische manier geïntroduceerd met de mediavorm en weten ze waar deze voor gebruikt kan worden. Zo kan er voor de student geen resistance onstaan, omdat hij weet waar het programma toe dient.

Als ik reflecteer naar mijn blogs, zie ik dat ik in het begin duidelijk een vorm van resistance had. Ik kreeg teveel informatie op mijn bord, waardoor in me ging verzetten. Dit zie je ook duidelijk terug in de rode draad van mijn blogs. Naarmate ik de middelen ervaar, begin ik ze te begrijpen. Dit is duidelijk een kenmerk van de doener. Als de informatie in een vorm van een activiteit werd omgezet, had ik deze wel binnengekregen. Dit is dan ook de tip die ik meneer van Driel wil meegeven voor de volgende cursus. Ook wil ik aangeven dat het duidelijk moeten wordt gemaakt wat je van deze cursus leert en wat de opdrachten zijn. Ik ben namelijk nog steeds heel erg benieuwd wat het leerproces van deze cursus mij zal brengen!


Literatuur: Bauer, R. A. (1964). The obstinate audience: The influence process from the point of viewof social communication. The American Psychologist, 19, 319–328.