Al vanaf mijn jeugd wist ik dat ik dingen pas begrijp als ik ze zelf uitvoer. Dit had ik vooral door bij de hockeytraining. Als de trainer een oefening uitlegde, moest ik het eerst zien en dan doen. Ik snapte de oefening pas, als ik het zelf had geprobeerd. Eerst horen, dan doen en begrijpen. Dat was altijd mijn uitgangspunt bij de hockeytraining.
Afgelopen week kwam ik erachter dat er een term is voor deze manier van leren, een doener. Ter voorbereiding van het college voor Mediawijsheid, moesten wij vier leerstijlen van Kolb bestuderen en jezelf indelen bij een van deze vier leerstijlen. Vervolgens moesten wij een nieuw concept bedenken voor het eerste college van Mediawijsheid.
In het model van Kolb staan vier verschillende leerstijlen die mensen toepassen als ze iets willen leren. Ieder mens heeft één van deze vier leerstijlen die in verband staan met elkaar.
Een doener, het woord zegt het al, iemand die een doener is, weet van aanpakken. Een doener doet een directe ervaring op. Een doener kan goed problemen oplossen, leidinggeven en zich verdiepen in korte activiteiten.
Als doener weet ik dat je van een ervaring kan leren. Mijn motto is al jaren ’niet geschoten is altijd mis’. Een ervaring heb je alleen door het te doen.
Een tweede kenmerk waarin ik mijzelf herken is dat de doener van uitdaging houdt. Zodra de werkzaamheden hetzelfde worden, raak ik snel verveeld. Ook kan ik goed ideeën delen zonder enige vorm van structuur of realiseerbaarheid. Ik kan mijn ideeën goed overbrengen aan mensen, zonder dat dit staat vastgelegd op papier.
Het eerste college van het vak Mediawijsheid voldeed niet aan mijn voorkeur als doener. Het college was typisch een voorbeeld van web 1.0. Zenden, zenden zenden en geen interactie. Op mijn vorige opleiding heb ik geleerd dat het bij communicatie belangrijk is dat er sprake is van interactie. Bauer (1964, p. 319) beschrijft dit in zijn ‘scientific model’. Hier is sprake van een transactie waarbij beide partijen iets aan elkaar hebben. In het geval van het college was er meer sprake van het ‘social model’ van Bauer. Hier wordt gedacht aan ‘one way influence’. De zender communiceert naar het publiek in de hoop dat deze de communicatie ontvangt. Meneer van Driel communiceerde de informatie naar ons in de hoop dat wij dit ontvingen
Wat er gecommuniceerd werd, veroorzaakte bij mij alleen maar verwarring. Als doener is het belangrijk dat je dingen ervaart, voor je ze begrijpt. Nu kregen we informatie over verschillende mediavormen, zonder er ooit gehoord van te hebben. Voor mij als ontvanger ontstond er een soort ruis, waardoor ik de informatie niet goed opnam. Als suggestie zou er een duidelijke introductie van het vak mediawijsheid moet worden gegeven waarbij de deelopdrachten en opdrachten worden toegelicht. Dit zou in een computerlokaal gegeven kunnen worden, zodat meneer van Driel de mediavormen aan de studenten kan voorstellen. Zo heeft de student een beeld bij de verschillende mediavormen en wordt de opdracht duidelijker. Ook zou meneer van Driel de term mediawijsheid toe kunnen lichten, zodat men weet wat de bedoeling is van het vak.
Een tweede suggestie is dat het tweede deel van het college praktisch wordt ingericht. In groepjes van vier zou men aan de slag kunnen gaan om één mediavorm te ontdekken. In een half uur tijd heeft de groep het mediakanaal bekeken en geanalyseerd. Vervolgens kunnen de groepjes in twee minuten aan elkaar vertellen waar de mediavorm voor staat. Zo raken de studenten op een praktische manier geïntroduceerd met de mediavorm en weten ze waar deze voor gebruikt kan worden. Zo kan er voor de student geen resistance onstaan, omdat hij weet waar het programma toe dient.
Als ik reflecteer naar mijn blogs, zie ik dat ik in het begin duidelijk een vorm van resistance had. Ik kreeg teveel informatie op mijn bord, waardoor in me ging verzetten. Dit zie je ook duidelijk terug in de rode draad van mijn blogs. Naarmate ik de middelen ervaar, begin ik ze te begrijpen. Dit is duidelijk een kenmerk van de doener. Als de informatie in een vorm van een activiteit werd omgezet, had ik deze wel binnengekregen. Dit is dan ook de tip die ik meneer van Driel wil meegeven voor de volgende cursus. Ook wil ik aangeven dat het duidelijk moeten wordt gemaakt wat je van deze cursus leert en wat de opdrachten zijn. Ik ben namelijk nog steeds heel erg benieuwd wat het leerproces van deze cursus mij zal brengen!
Literatuur: Bauer, R. A. (1964). The obstinate audience: The influence process from the point of viewof social communication. The American Psychologist, 19, 319–328.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten