zondag 1 april 2012

Van je ervaringen moet je het hebben!


Deze keer schrijf ik mijn blog weer vanuit de trein. Het valt me iedere keer op dat ik ondanks mijn 'resistance fase' in het begin, toch wel digitaal vaardiger ben wat betreft social media. Zo bekijk ik foto's van anderen op Facebook en ben ik graag op de hoogte van ieder zijn bezigheden op Twitter.
De afgelopen drie dagen heb ik bijgehouden hoe vaak ik met een elektronisch product bezig ben. Dit was tot mijn verbazing nog best veel. Een goed voorbeeld is hoe ik nu in de trein zit. Ik luister naar mijn iPod terwijl ik dit typ. Twee elektronische producten moeten mij tijdens een treinreis van twee uur vermaken. De meeste mensen van mijn leeftijd delen deze vorm van tijdverdrijf en daarom ben ik eens goed gaan nadenken.

Wat nou als er op een bepaalde informele manier dingen worden bijgebracht via social media. Dit hoeft eigenlijk niet alleen via social media, maar kan ook in het echt. Volgens het artikel van Keurntjes '(In) formeel leren op en rond festivals' (2011)  is informeel leren elke activiteit waarin je kennis opdoet wat zich buiten de voorgeschreven doelstellingen van onderwijsinstellingen bevindt. Zij geeft zelf een festivalbezoek als voorbeeld. 'Binnen een korte tijdsbestek raak je steeds in aanraking met iets anders; je ontdekt nieuwe vormen van muziek, dans en beeldende kunst. Je maakt kennis met andere culturen en cultuuruitingen en bezoekt plekken waar je niet eerder bent geweest'. Tijdens een festival kun je ook kennis opdoen door een bepaalde ervaring. Want binnen informeel leren neemt ervaring een centrale plaats in. De betekenis die we aan een beleving geven is de ervaring, oftewel de ervaring is de verwerkte beleving.

Zoals ik ook al in mijn vorige blog had beschreven, ben ik volgens de theorie van Kolb een echte doener. Ik leer dingen terwijl ik iets doe. De ervaring is mijn verwerkte betekenis. Daarom ben ik dan ook van mening dat door ervaring op te doen, je dingen het makkelijkst oppakt en leert. Volgens Simons (1999) in het artikel van Keurntjes is een leeromgeving pas krachtig als er een leeromgeving is waarin sprake is van volwaardigheid in alle typen leeractiviteiten waarin een evenwicht is tussen het formele leren, het actieleren en het ervaringsleren. Bij het formele leren zijn er van tevoren leerdoelen vastgesteld. Dit zou je kunnen vergelijken met web 1.0. Actie leren is een vorm van leren waarbij de lerende vooraf niet de bedoeling had om iets te gaan leren, maar achteraf wel beseft dat hij iets heeft geleerd. Ervaringsleren is persoonlijk, het verwijst naar je internalisatie van je attitude en gedragingen die je onbewust leert in het dagelijks leven.



Een ik-Pod (Hollandse Schouwburg, 2012)
Onlangs heb ik een bezoek gebracht aan de Hollandse Schouwburg in Amsterdam. Hier hebben ze een Digitale Namenwand ontwikkeld die symbool staat voor de herinnering aan ruim 104.000 joden, vermoord door de nazi's. Door middel van een 'ik-Pod' kan een bezoeker de namenwand aflezen. Bij iedere naam die de bezoeker scant, kunnen alle tot dan toe beschikbare gegevens worden gegeven, bekeken en gelezen worden en kan de mens achter de gegevens worden herdacht. Ook kan een bezoeker herinneringen over die persoon toevoegen op de speciale website van het Digitaal Monument zodat die herinneringen ook weer door volgende bezoekers kunnen worden gelezen.

Deze manier van informeel leren heeft bij mij ontzettend veel indruk achtergelaten. Ik was me bewust van het feit dat er zoveel mensen zijn vermoord door de nazi's. Ik ben hiervoor al twee keer in Auschwitz geweest en heb veel over de oorlog gelezen. Toch via deze manier werd ik op een actieve manier bewust gemaakt van de hoeveelheid slachtoffers. Veel musea, sommige doen het al, zouden deze manier van informeel leren kunnen toepassen om een bezoek nog aantrekkelijker te maken.

Bezoekers van 'Kom je ook' (Komjeook, 2012)
Er was laatst ook een symposium wat ging over lidmaatschappen in kunst, erfgoed en cultuur; 'Kom je ook?' Het uitgangspunt van dit symposium is dat het investeren in je vriendenkring onvermijdelijk lijkt in deze tijden van bezuiniging. Voor een organisatie is het tegenwoordig mogelijk om je publiek uit te dagen, te laten participeren en ze te laten delen met alles met hun online community. Via verschillende workshops leerde grote en kleine instellingen hoe ze leden moeten werven en hoe ze deze efficiënt in kunnen zetten. Doordat het symposium geen theoretische lezingen geeft maar meteen concrete voorbeelden van innovatie en de implementatie van nieuwe technieken in bestaande situaties, is het symposium geen formele manier van leren. Door actief deel te nemen aan de activiteiten, leer je door je ervaring welke trends opkomend zijn. Wel weet je van te voren dat je iets gaat leren, maar niet concreet wat. Zo ontdek je bijvoorbeeld de nieuwste vormen van social media in een korte tijdsbestek en maak je kennis met andere organisaties. Dit past in de beschrijving van Keurntjes (2011) over het informeel leren bij een festival wat hierboven staat beschreven.

Van mijn resistance fase tegenover social media is nog maar weinig over. Ik bevind me in de imitation fase, maar ik groei langzaam naar de authencity fase toe waarin ik inzie dat social media een goede vervanging is voor het onderhouden van social contact, maar ook om jezelf te profileren. Daarom vind ik het goed dat musea ook met deze ontwikkeling mee groeien. Musea staan bekend als een oud, suf iets, maar doordat ze zich nu gaan aanpassen aan hun publiek, kunnen ze meer bezoekers gaan trekken. Dit is weer een positieve ontwikkeling rondom social media. Ik ben bijna om, maar ik blijf me toch nog even bewust van mijn privacy...

Literatuur:

S. Keurntjes (2008), 'Informeel lezen op en round festivals'








vrijdag 23 maart 2012

De tijd zal het leren

Voor de verandering schrijf ik deze keer niet mijn blog vanuit de trein, maar in mijn kamer. Tijd is schaars, maar gelukkig had ik tijd om mijn blog thuis te typen. Afgelopen week hadden wij college over het feit dat de tijd in onze samenleving aan het verdwijnen is. Niet de fysieke tijd, maar de werktijd van 9 tot 5. Volgens Manuel Castells heeft de globalisering er aan bijgedragen dat er heel veel informatie wordt uitgewisseld en dat tijd eigenlijk niet meer belangrijk is. Castells bespreekt in zijn eerste boek de informaticarevolutie en de netwerksamenleving die hieruit groeit. Door de hoeveelheid netwerken is het makkelijker om de informatie met elkaar te delen waar ook ter wereld. Hierdoor is tijd geen factor meer in de globalisatie en de economische markt (Debroux, 2001).

Wat wij normaal vinden in ons mechanistisch leven is de afbakende tijd. Je stuurt een brief op de post en de volgende dag komt het aan. Door de opkomst van het internet is dit weggevallen. We sturen nu een e-mail naar de ander, zodat de ander meteen op de hoogte is; oftewel de netwerksamenleving. De tijd is verstreken. We hebben de tijd hierdoor tijdloos gemaakt. Het idee dat de tijd is weggevallen heeft naar mijn idee zowel een positieve als een negatieve kant.

De opheffing van tijd heeft volgens Castells grote gevolgen voor de financiële wereld die wordt beheerst door elektronische technieken. Dit vormt volgens hem de basis voor een economische crisis, omdat hierdoor foute informatie wel kan worden vrijgegeven. Burgers reageren hierop door te gaan investeren. Uiteindelijk zijn zij het die voor de crisis moeten betalen. Castells zegt dat de bankiers in deze ontwikkeling bewust een rol spelen.

Wat ik een verontrustend idee vind is dat bankiers zich bewust zijn van hun invloed op de economie door de technische vooruitgang in de wereld. Dit doet mij denken aan een reportage dat ik had gezien bij Tegenlicht. Deze reportage gaat terug naar de mensen tijdens de crisis om een hedendaags handboek te maken voor de Europeanen: Hoe overleef ik een economische crisis en wat wij ervan kunnen leren?


Deze beelden van Argentinië geven een aardige indruk over hoe een failliet land eruit ziet
(Youtube, 2008)

Dit brengt mij terug dat de netwerksamenleving twee kanten heeft. Aan de ene kant is het fijn dat er overal ten allen tijden informatie beschikbaar is, zodat men van te voren al weet dat er een economische crisis kan aankomen. Men kan dan zijn geld van de bank afhalen in de hoop dat ze hier tijdens de crisis mee rond kunnen komen. Aan de andere kant, als Castells gelijk heeft wat betreft de bankiers, kunnen zij een vuile rol gaan spelen nét voor de crisis. Door nieuws te geven dat het wel goed gaat, kan men investeren, waardoor ze later hun geld kwijtraken.
Zoals je ziet geeft dit verhaal over social media mij een dubbel gevoel. Het heeft zo zijn voordelen als nadelen. Als advies kan ik de wereld ook alleen maar geven dat je nog steeds altijd goed moet uitkijken met social media. Check je bronnen goed voordat je actie onderneemt, vooral als je de financiële wereld op deze manier wilt verkennen.

Literatuur:
Jul Debrouw, 'Het globaal casino. De netwerksamenleving van Manuel Castells',
verschenen in TGL 56 (2000) 1, p. 9-22 = themanummer 'Wacht eens even. Tijd vraag tijd'







maandag 12 maart 2012

Is dit privé?


Ditmaal schrijf ik mijn blog weer vanuit de trein. Deze keer niet naar Groningen maar naar Utrecht. Naast mij zit een vrouw die uitgebreid haar gebeurtenissen van afgelopen week zit te bespreken aan de telefoon. Op een gegeven moment weet ik dat haar vriend niet haar type is en dat ze eraan zit te denken om hem te dumpen. Persoonlijk vind ik dit soort gesprekken te ver gaan. Als iemand mij belt in de trein, kap ik het altijd zo snel mogelijk af, omdat ik weet dat iedereen mee kan luisteren, want ik ben erg op mijn privacy gesteld. Daarom kijk ik op het gebied van social media ook goed uit.

Afgelopen week moesten wij voor het college van Mediawijsheid een voor jou onbekend persoon uit de klas opzoeken op social media. Leuke opdracht vond ik, dus ging ik met plezier aan de slag. Verbazingwekkend wat je allemaal te weten komt. Je kunt er zelfs achter komen wie familie van elkaar is. Als je dit eenmaal weet, kun je zo een adres met telefoonnummer achterhalen via de Telefoongids.nl. Zo zie je maar dat social media de privacy van mensen schaadt.

Nu rest mij de vraag wat privacy nou eigenlijk is. Privacy heeft te maken met ons gedrag tegenover anderen. Het is de mogelijkheid om helemaal jezelf te zijn. Vroeger was privacy binnenshuis te vinden, privé telefoongesprekken vonden thuis plaats. Tegenwoordig verlegt social media deze grens en brengt privacy in gevaar. Privacy houdt niet op. Dankzij sociale media kun je als individu niet meer je privé ruimte bepalen. De sociale omgeving kan zowel privé als publiekelijk zijn, dat wordt toch gauw vergeten binnen onze maatschappij. De basis van privacy, de scheiding tussen privé en publiek, vervalt.

Ook is anonimiteit op het Internet een groot probleem. Mensen denken steeds minder na voordat ze iets vastleggen. Dit probleem leeft vooral onder jongeren, de doelgroep waar ik tot toe behoor. Volgens Buzink (2011) hoort sociale media bij het sociale leven van jongeren. Ze zijn zich ervan bewust dat sociale media niet altijd handig is, maar ze willen niet buiten de boot vallen.

Er heerst echter nog een groter probleem dan anonimiteit: Commerciële bedrijven maken gebruik van gegevens van burgers als jij en ik. Zij stellen aan de hand van de informatie over klanten profielen op die kunnen inspelen op het consumentengedrag van de burger. Om die profielen te maken, hebben deze bedrijven grote hoeveelheden gegevens nodig. Of die gegevens anoniem zijn of niet, is onbelangrijk (Buzink, 2011). Niet alleen bedrijven controleren je gegevens, ook de overheid doet dit. De controle van burgers staat voorop. Deze controle zorgt voor het verlies van het gevoel van vrijheid. Het is daarom moeilijk om je privacy te beschermen tegenover de overheid en bedrijven.

Wees daarom kritisch als jij jezelf bloot legt op het Internet. Jij bent degene die ervoor zorgt wat erop staat en wat niet. Dit brengt mij ook terug naar het begin van de cursus van Mediawijsheid. Er ontstond een vorm van ‘resistance’, omdat ik bang was dat mijn privacy in gevaar zou worden gebracht. Echter bleek dit best mee te vallen. Degene die mij moest opzoeken, kwam best veel informatie over mij tegen. Deze informatie stond al voor de cursus op het Internet, omdat ik had meegewerkt aan verschillende projecten waar ik een profiel voor moest vastleggen. Datgene wat er opstond, was voor mij niet verrassend en brengt naar mijn idee mijn privacy niet in gevaar.

Ik ben me er daarom zeker van bewust wat ik wel en niet wil vastleggen. Rare foto's, gekke berichten en een telefoonnummer zul je niet van mij kunnen vinden. Nu ik weet dat we in de gaten worden gehouden door zowel bedrijven als de overheid, zal ik goed uitkijken. Mijn leven op het sociale netwerk zal zich zeker uitbreiden, maar wel beperkt.

Als je nog meer wilt weten over jouw privacy op het Internet, bekijk dan het volgende filmpje en wordt bewust van jouw 'social media gedrag':




























maandag 5 maart 2012

Niet geschoten is altijd mis



Al vanaf mijn jeugd wist ik dat ik dingen pas begrijp als ik ze zelf uitvoer. Dit had ik vooral door bij de hockeytraining. Als de trainer een oefening uitlegde, moest ik het eerst zien en dan doen. Ik snapte de oefening pas, als ik het zelf had geprobeerd. Eerst horen, dan doen en begrijpen. Dat was altijd mijn uitgangspunt bij de hockeytraining.
Afgelopen week kwam ik erachter dat er een term is voor deze manier van leren, een doener. Ter voorbereiding van het college voor Mediawijsheid, moesten wij vier leerstijlen van Kolb bestuderen en jezelf indelen bij een van deze vier leerstijlen. Vervolgens moesten wij een nieuw concept bedenken voor het eerste college van Mediawijsheid.


In het model van Kolb staan vier verschillende leerstijlen die mensen toepassen als ze iets willen leren. Ieder mens heeft één van deze vier leerstijlen die in verband staan met elkaar.

Een doener, het woord zegt het al, iemand die een doener is, weet van aanpakken. Een doener doet een directe ervaring op. Een doener kan goed problemen oplossen, leidinggeven en zich verdiepen in korte activiteiten.
Als doener weet ik dat je van een ervaring kan leren. Mijn motto is al jaren ’niet geschoten is altijd mis’. Een ervaring heb je alleen door het te doen.
Een tweede kenmerk waarin ik mijzelf herken is dat de doener van uitdaging houdt. Zodra de werkzaamheden hetzelfde worden, raak ik snel verveeld. Ook kan ik goed ideeën delen zonder enige vorm van structuur of realiseerbaarheid. Ik kan mijn ideeën goed overbrengen aan mensen, zonder dat dit staat vastgelegd op papier.


Het eerste college van het vak Mediawijsheid voldeed niet aan mijn voorkeur als doener. Het college was typisch een voorbeeld van web 1.0. Zenden, zenden zenden en geen interactie. Op mijn vorige opleiding heb ik geleerd dat het bij communicatie belangrijk is dat er sprake is van interactie. Bauer (1964, p. 319) beschrijft  dit in zijn ‘scientific model’. Hier is sprake van een transactie waarbij beide partijen iets aan elkaar hebben. In het geval van het college was er meer sprake van het ‘social model’ van Bauer. Hier wordt gedacht aan ‘one way influence’. De zender communiceert naar het publiek in de hoop dat deze de communicatie ontvangt. Meneer van Driel communiceerde de informatie naar ons in de hoop dat wij dit ontvingen

Wat er gecommuniceerd werd, veroorzaakte bij mij alleen maar verwarring. Als doener is het belangrijk dat je dingen ervaart, voor je ze begrijpt. Nu kregen we informatie over verschillende mediavormen, zonder er ooit gehoord van te hebben. Voor mij als ontvanger ontstond er een soort ruis, waardoor ik de informatie niet goed opnam. Als suggestie zou er een duidelijke introductie van het vak mediawijsheid moet worden gegeven waarbij de deelopdrachten en opdrachten worden toegelicht. Dit zou in een computerlokaal gegeven kunnen worden, zodat meneer van Driel de mediavormen aan de studenten kan voorstellen. Zo heeft de student een beeld bij de verschillende mediavormen en wordt de opdracht duidelijker. Ook zou meneer van Driel de term mediawijsheid toe kunnen lichten, zodat men weet wat de bedoeling is van het vak.

Een tweede suggestie is dat het tweede deel van het college praktisch wordt ingericht. In groepjes van vier zou men aan de slag kunnen gaan om één mediavorm te ontdekken. In een half uur tijd heeft de groep het mediakanaal bekeken en geanalyseerd. Vervolgens kunnen de groepjes in twee minuten aan elkaar vertellen waar de mediavorm voor staat. Zo raken de studenten op een praktische manier geïntroduceerd met de mediavorm en weten ze waar deze voor gebruikt kan worden. Zo kan er voor de student geen resistance onstaan, omdat hij weet waar het programma toe dient.

Als ik reflecteer naar mijn blogs, zie ik dat ik in het begin duidelijk een vorm van resistance had. Ik kreeg teveel informatie op mijn bord, waardoor in me ging verzetten. Dit zie je ook duidelijk terug in de rode draad van mijn blogs. Naarmate ik de middelen ervaar, begin ik ze te begrijpen. Dit is duidelijk een kenmerk van de doener. Als de informatie in een vorm van een activiteit werd omgezet, had ik deze wel binnengekregen. Dit is dan ook de tip die ik meneer van Driel wil meegeven voor de volgende cursus. Ook wil ik aangeven dat het duidelijk moeten wordt gemaakt wat je van deze cursus leert en wat de opdrachten zijn. Ik ben namelijk nog steeds heel erg benieuwd wat het leerproces van deze cursus mij zal brengen!


Literatuur: Bauer, R. A. (1964). The obstinate audience: The influence process from the point of viewof social communication. The American Psychologist, 19, 319–328.














dinsdag 21 februari 2012

Het nieuwe communiceren


Ook ik ben mobiel, dus besluit ik dit maal mijn blog te schrijven vanuit de trein. Terwijl de trein het landschap voorbij raast, denk ik terug aan het college 'Mediawijsheid' van afgelopen week. Dit gastcollege van Seats 2 Meet en Incubate werd gegeven buiten de universitaire setting, namelijk Ringbaan Oost te Tilburg. Door mijn achtergrond is Seats 2 Meet een organisatie dat mij het meeste aanspreekt.

Seats 2 Meet is een organisatie die zich richt op ZZP'ers die met hun tijd meegaan. Tegenwoordig is het mogelijk om vanuit iedere plek aan het werk te gaan. Kijk naar mij, onderweg naar Groningen, maar toch aan het werk. Seats 2 Meet reageert op deze mensen en wil hulp bieden aan degene die op zoek zijn naar een mobiele werkplek. Deze werkplek kun je naar eigen wens indelen. Dat is belangrijk om een andere manier van tijd en werken in de hand te hebben. Ook richt Seats 2 Meet zich op 'Mindz': Een online netwerk waarin je met elkaar samen komt. Binnen Society 3.0 zien we een nieuwe manier van communiceren ontstaan. Met communicatie 3.0 wordt gebruik gemaakt van de hedendaagse technieken gevormd in de nieuwste snufjes.

Seats 2 Meet biedt hulp aan ondernemingen daar waar het nodig is. Informatie en kennis zijn geen schaarse goederen meer. Als bedrijven zich gaan richten op de ontwikkelingen in de samenleving 3.0, zullen zij meer mogelijkheden hebben.

Zelf heb ik mijn HBO afstudeerstage gelopen bij een ongeveer vergelijkbare organisatie, namelijk bij PUB Innovatielab te Groningen. Deze organisatie richt zich op creatieve en innovatieve ondernemers die een eigen bedrijf hebben of willen starten. Zij bieden hulp aan daar waar het nodig is, maar dan op een creatieve en innovatie manier. Ze bieden werkplekken aan waar de ondernemer ten allen tijden gebruik van kan maken. Voordat ik hier stage ging lopen had ik hier nog nooit van gehoord. Eenmaal aan het werk, vond ik het een ontzettend goed initiatief. Ik zag met mijn eigen ogen dat deze manier van werken echt resultaat had voor de onderneming. Zij kregen hulp daar waar het nodig was. Door middel van workshops, PUB avonden en andere activiteiten kreeg de onderneming tips over hoe zij zich verder konden ontwikkelen. Bovendien gaf PUB Innovatielab de mogelijkheid om gebruik te maken van hun netwerk. Ook zij maakte gebruik van een 3.0 samenleving, maar zouden zich op dit gebied nog wel wat mogen uitbreiden.
 Mijn nieuwe werkplek (Foto: Zoom, 2011)
 
Ik besluit om google een te gaan uitpluizen om te kijken of meer bedrijven en organisaties gebruik maken van communicatie 3.0. Dit heb ik gedaan en wat blijkt, het nieuwe werken is de sleutel tot een succesvolle onderneming. Via de website van het nieuwe werken kom ik erachter dat veel bedrijven behoefte hebben aan een nieuwe aanpak en een nieuwe waardesysteem. Internet zorgt voor deze nieuwe vormen van waardecreatie en nieuwe samenwerkingsvormen. Internet heft vaak bestaande grenzen op en biedt informatie aan die vroeger schaars was. Hierdoor zorgt Internet voor democratisering; kleine bedrijven kunnen zich vergelijken met grote multinationals. Door middel van de virtuele wereld kunnen ondernemers aan hun klanten komen.

Op de site 'Het nieuwe werken' wordt voorgesteld om het begrip consument vervangen door het woord prosumer. De consument zoekt zelf zijn informatie en wacht niet meer tot het hem wordt aangeboden. Deze prosumers kunnen suggesties doen aan de onderneming, waardoor zij hulp bieden bij de totstandkoming van nieuwe producten en diensten.

De kracht van de sociale media is groot, ook voor bedrijven. Het inzetten van sociale media zorgt voor een beter contact met de prosumer. Door de prosumer te betrekken met het productieproces, vergroot het bedrijf zijn afzet. Ze luisteren naar hun consument, een uitgangspunt dat al vele jaren in de marketing staat. Na het college en zelf onderzoek te hebben verricht, begin ik steeds meer in de sociale media te geloven. Als ik ooit zelf een bedrijf zal starten, zal ik graag contact willen hebben met mijn afnemers c.q. de consumenten. De wensen van de consumenten kan ik gebruiken bij de totstandkoming van nieuwe producten en diensten. Op het werkgebied ben ik dan om, op naar de sociale media!

donderdag 9 februari 2012

Resistance tegen kennisdeling



Afgelopen maandag was alweer college 3 van het vak Mediawijsheid. Het ging over web 1.0 en web 3.0, een fenomeen waar ik wel van gehoord had, maar nooit echt bij had stil gestaan.

Nu zijn we inmiddels al drie dagen verder en woorden schieten te kort om iets over dit onderwerp te schrijven. Ik besluit om zelf maar web 3.0 in te schakelen voor tips. Via Twitter vraag ik of mensen een idee hebben voor een blog over web 3.0. Van al mijn 34 volgers reageerde er 1. Als reactie kreeg ik dat tegenwoordig iedereen een journalist is met zijn eigen blog. Grote media hebben niet langer een functie van agenda-setting. Een goede tip waar ik zelf ook al eens over  had nagedacht.

Ongeveer 400 jaar voor Christus was daar Socrates die het schrift geen goed middel vond om dingen met elkaar te delen. Het schrift stimuleert het menselijk geheugen niet en is niet interactief. Kennis is volgens hem een dialogisch proces. Toch nu, velen eeuwen later, is het schrift niet meer weg te denken uit onze samenleving. Vooral nu de sociale media het in onze samenleving overneemt, wordt informatie veel makkelijker en sneller gedeeld dan in de tijd van Socrates. Informatie hoeft hierdoor niet altijd waar te zijn.

Terug naar de tip die ik kreeg van mijn Twitter-vriend, het is inderdaad zo dat iedereen zijn eigen journalist is op het Internet. Iedereen kan waar dan ook ter wereld aan de informatie komen die hij of zij zoekt. Ook kan hij of zij informatie plaatsten die door anderen gelezen wordt. Iedereen heeft toegang tot kennis, het is niet meer voorbehouden aan deskundigen. We leven in een 'open source, open info' samenleving. Socratus zou zich omkeren in zijn graf als hij zou horen dat het geheugen nu helemaal niet meer nodig is als je overal ter wereld aan je kennis kunt komen.

In 1995 was er Zijderveld die sprak over het fenomeen Internet. Hij beschrijft dat het Internet teveel informatie biedt, wat leidt tot te weinig informatie. Internet biedt geen reflectie. Alles moet snel waardoor we de informatie die we hebben verkregen weer vergeten. Toch kan niemand er tegenwoordig meer onderuit, er moet gebruik worden gemaakt van Internet. Zelfs de belastingdienst gaat zijn bekende blauwe envelop opgeven voor het gemak van het Internet. Dit betekent dat senioren verplicht op het Internet moeten. Zij krijgen te maken met het zogeheten ARIA-patroon (van Driel, 2012). Dit gaat over het patroonmatig reageren op nieuwe dingen. Het model bestaat uit vier verschillende fasen die hieronder worden toegelicht.

A: Amazing: Een senior hoort dat de belastingdienst zijn blauwe enveloppen gaat vervangen door het Internet. Hij is verbaasd, maar ook verwonderd. Hij vindt het wel interessant om van dit nieuwe middel gebruik te mogen maken, maar is nog niet overtuigd.

R: Resistance: Een senior biedt weerstand tegen het nieuws. Hij wil niet toegeven aan het feit dat hij gebruik zal moeten maken van het Internet om zijn belastingformulieren in te vullen.

I: Imititation: Hierin is het nieuwe medium een aanvulling op het oude medium. De senior erkent dat het vervangen van de blauwe envelop vervelend is, maar dat het niet anders kan. Het enige verschil is dat het invullen van belastingformulieren nu via het beeldscherm moet. Toch is de senior nog steeds niet tevreden.

A: Authencity: De senior ontdekt hierin dat het vervangen van de blauwe envelop wel enige eigenaardigheden heeft. Het medium wordt een begrip. De senior ziet in dat het ook wel voordelen heeft om de belastingformulieren in te vullen op het Internet. Het is een goede vervanging voor de blauwe envelop.

Socratus maar ook Zijderveld en mijn Twitter-vriend hebben wel degelijk een punt als het gaat om het gebruik van schrift. Het schrift is iets onnatuurlijks. Iedereen kan op het Internet voor journalist spelen waardoor we een overload aan informatie krijgen. Grote media hebben geen invloed meer op de agenda setting. Alles kan worden aangekaart en is democratisch, want iedereen kan erbij. Toch zie  ik ook wel vele voordelen in het nieuwe medium. Juist deze manier van kennisdeling maakt de mens leergieriger. Ik moet toegeven dat ik mij bevindt in de Authencity fase als het gaat om Internet, maar ik zit nog in de Resistance fase als het gaat om de sociale netwerken als Twitter en Yammer. Hoewel ik er nu wel meer gebruik van begin te maken, verplaats ik me langzaam naar de Imitation fase. De tijd zal het leren om langzamerhand naar de Authencity fase toe te gaan.







maandag 6 februari 2012

Van de schrik bijgekomen


Na het aanmaken van verschillend accounts, is de angst voor social media iets afgenomen. Toch ben ik nog steeds benieuwd of ik na deze cursus de accounts niet weg ga gooien. Echter na college 2 is de kans groot dat ik de meeste accounts toch aanhoud. Tijdens het college kwam namelijk aan bod dat iedereen tegenwoordig alles via een medium beleeft. We leven in een echte samenleving 3.0.
Toen Internet nog maar net op de markt kwam kijken, was er voornamelijk sprake van top-down communicatie. Alles wat op het Internet werd geplaatst was een etalage van producten. De klant had geen inbreng. Folders van bedrijven werden letterlijk online geplaatst. Dit doet me denken aan de communicatie binnen een bedrijf. Tijdens mijn afstuderen heb ik een onderzoek verricht naar de interne communicatie in een bedrijf. Hierdoor weet ik uit ervaring dat er in grote bedrijven vroeger voornamelijk sprake was van een web 1.0 samenleving; Binnen bedrijven was er sprake van een eenrichtingsverkeer aan informatie, er was geen mogelijkheid voor de werknemer om hier op te reageren. Uiteindelijk is gebleken dat deze manier van communiceren niet altijd goed werkt. Grote bedrijven zagen in dat interactie met de werknemer, maar ook met de klant succes kan brengen. Door te luisteren naar de werknemer die in contact staat met de klant, kun je aan de wensen van de klant voldoen (Reijnders, 2006).

Deze ontwikkeling heeft zich ook voorgedaan op het Internet. Van web 1.0 naar web 3.0, dit is wat telt als je succesvol wilt ondernemen. Iedereen moet de mogelijkheid hebben om invloed te hebben op wat dan ook, we moeten altijd en overal contact hebben met elkaar, dat is wat telt bij een samenleving 3.0. Als je hier als bedrijf aan meewerkt, heb je de kans dat je een goede naamsbekendheid ontwikkeld.



Dit brengt me tot het volgende, ik was nieuwsgierig hoe het staat met de websites van grote bedrijven, daarom ben ik twee websites met elkaar gaan vergelijken. De website van de Blokker en de website van Nike. Ik weet dat dit twee verschillende bedrijven zijn, maar daarom leek het me juist leuk om deze te analyseren. Zo doet Blokker een poging om mee te gaan met de 3.0 samenleving, maar het lijkt nog steeds op een website van web 1.0. Er zijn wel een aantal interactie mogelijkheden, maar in vergelijking met de website van Nike, is het er niks bij. Nike organiseert via social media allerlei activiteiten die in contact staan met de klant, maar ook met het merk. Hierdoor kan de klant zich meer betrokken voelen bij Nike. Zo is er de mogelijkheid om via Nikerunning samen met je vrienden een challenge te ontwikkelen. Je organiseert een running challenge via de website en gaat vervolgens op avontuur met je vrienden. Zo zorgt Nike ervoor dat de klant zich verbonden voelt en bovendien maakt de klant gebruik van het merk, wat ervoor zorgt dat Nike bij de klant een positief imago heeft. Blokker zou wat dat betreft Nike als voorbeeld kunnen nemen om te zorgen voor meer interactie met de klant.

Gezien de ontwikkeling op het Internet, merk ik dat ik ook mee moet gaan met samenleving 3.0. Ik merk al dat ik het fijn vind om continue in contact te zijn met mijn vrienden via Facebook of Whatsapp. Ik ben op weg, maar overtuigd, nee dat nog niet...
Literatuur:





Reijnders, E. (2006). Basisboek Interne Communicatie. Assen, Van Gorcum